
|
| "Collectieve energiemaatregelen moet je niet eens willen". Interview Wim Nolden |
| woensdag 06 oktober 2010 18:50 | |||
|
Proefproject energiebesparing
Zestien kleine woningen aan de Christinastraat en Prinses Margrietstraat in Hoogkerk moesten begin dit jaar het eerste proefprojectje worden, waarmee Woonstade ervaring hoopte op te doen met een energiebesparingsproject. De woningen waren toe aan een opknapbeurt, bij uitstek de gelegenheid voor een forse labelsprong. Maar het liep anders. ‘Volgens het energielabel zouden de woningen een jaarlijks gasverbruik moeten hebben van 2500 kuub', vertelt Nolden. ‘Maar toen wij dat bij de bewoners gingen navragen, bleek het echte gebruik gemiddeld maar 1500 kuub te zijn. Dan heb je het dus over bewonersgedrag. Op zo'n moment kunnen wij niet meer bij ze aankomen met het verhaal, u gaat een stukje meer huur betalen, maar dankzij de energiemaatregelen gaat uw gasverbruik terug van 2500 naar 1500 kuub.'
Medewerking huurders En dus besloot Woonstade haar proefproject voorlopig maar af te blazen. De woningen krijgen weliswaar nog wel dubbel glas, maar van een dubbele labelsprong wordt afgezien. Met zijn verhaal illustreert de directeur van Woonstade zijn reserves bij de energielabels voor woningen. De rekenmodellen waarmee de labels worden vastgesteld, komen lang niet altijd overeen met de werkelijkheid, meent Nolden. Vaak spiegelen ze de corporaties een te optimistisch beeld voor van de effecten die energiebesparende maatregelen zullen hebben. Met als gevolg dat de corporatie bij een projectmatige energierenovatie op de onwil van de huurders stuit. Nolden: ‘Een deel van de investering in energiemaatregelen zal door de huurders moeten worden opgebracht. Maar dan moet je het de huurders wel aantrekkelijk maken. En je moet hun een betrouwbaar vooruitzicht kunnen bieden op een besparing van energiekosten.' Collectieve en individuele aanpak
Nolden vreest dat onzekerheid over de opbrengsten van energiemaatregelen de communicatie tussen de corporatie en de huurders zal blijven belasten. Voor hem de voornaamste reden om vraagtekens te plaatsen bij het nut van een projectmatige aanpak. ‘Je moet collectieve maatregelen eigenlijk niet eens willen. Wij zijn op zoek naar een individuele aanpak, waarbij bewoners zelf voor energiemaatregelen kunnen kiezen. Bij ingrepen als een nieuwe HR-ketel, dubbel glas of een zonnecollector is dat goed te doen. Je werkt dan per woning. Het voordeel van zo'n aanpak is dat je ook meteen aan de slag kunt als een woning leeg komt en dan kun je de kosten in de huur doorberekenen.' Vooral bij eengezinswoningen (80 procent van het bezit van Woonstade) is een individuele aanpak per woning gemakkelijk uitvoerbaar, denkt Nolden. ‘Alleen bij ingrepen in de constructie zal aan collectieve uitvoering niet te ontkomen zijn. Met maatregelen zoals dakisolatie en spouwvulling wacht je gewoon tot je in het kader van langjarig onderhoud toch iets aan de woningen moet doen.'
Verduurzaming
Behalve een klein project in Oosterhoogebrug, waar 65 huurders zonnecollectoren lieten plaatsen, heeft Woonstade nog geen concrete stappen gezet om haar woningen te verduurzamen. Dat zijn corporatie niet zo hard van stapel loopt, schrijft Nolden vooral toe aan de inspanningen die in de afgelopen jaren al zijn verricht. ‘We hebben net tien jaar wijkvernieuwing in Hoogkerk-Zuid achter de rug. Die was vooral op verbetering van het comfort gericht, maar we hebben ook HR-ketels en dubbelglas geplaatst en bergingen geïsoleerd. We hebben dus al veel gedaan in de afgelopen paar jaar. Je kunt zeggen dat we een beetje last hebben van de wet van de remmende voorsprong.'
Energetische verbetering
Ook met vervangende nieuwbouw heeft Woonstade de energetische kwaliteit van haar 1800 woningen al een flinke duw in de goede richting gegeven, hetgeen blijkt uit de labeltoekenning. Van de woningen valt 54 procent in de hoogste drie klassen (A, B of C) waarvan 20 procent een A-label heeft. Daarmee laat Woonstade de grotere corporaties in de stad ver achter zich. In de op papier minst energiezuinige klasse (de labels F en G) maken nauwelijks honderd woningen deel uit van het bezit. Waarvan de meeste worden gekoesterd omwille van andere kwaliteiten zoals een uitzonderlijk lage huur. De aandacht zal in de komende jaren vooral uitgaan naar de energetische verbetering van de ruim 800 woningen met een D- en Elabel, denkt Nolden. Geen opgave waarvan hij wakker ligt.
Planning energiebesparing en rol gemeente
Met het oog op de huidige mutatiegraad en de meerjaren onderhoudsplanning moeten de woningen in een jaar of vijftien een aanvaardbare energiekwaliteit kunnen hebben, schat hij. Hoeveel Woonstade daarmee bijdraagt aan de klimaatdoelen die de gemeente Groningen zich heeft opgelegd, kan hij niet zeggen. ‘Als het gaat over doelstellingen is ons beleid: energiebesparing is prima maar het maakt wel gewoon deel uit van ons strategisch voorraadbeleid.' Elk jaar beoordeelt Woonstade daarom opnieuw wat ze met haar woningen gaat doen. ‘En daaraan koppelen we dan de mogelijkheden van energiebesparing. Soms hebben woningen andere kwaliteiten, waardoor we accepteren dat ze minder energiezuinig zijn. We gaan dus ook niet zeggen, over acht jaar hebben we 80 procent van ons woningbezit op minimaal label D.'
Woonstade laat zich dan misschien geen doelstellingen opleggen, Nolden toont wel begrip voor de ambities die de gemeente uitdraagt in zijn duurzaamheidsbeleid. Hij waardeert de stimulerende rol die de gemeente op zich neemt om andere partijen bij dit beleid te betrekken.
Duurzaamheidsprojecten
Door Bert Hidding
Tussenkopjes door websiteredactie
Spijkerhard
Downloaden:
|